‘Muziek maakt weerloos’
Woensdag 15 maart 2006 - Maarten ’t Hart schreef een boek over Mozart en andere - componisten. Ook draait dezer dagen in de bioscoop de film die is gemaakt naar zijn roman ‘Het woeden der gehele - wereld’ over een jongen die ervan droomt componist - te worden.
Maarten ‘t Hart: ‘Literatuur is veel eenvoudiger dan muziek. Als je een brief kunt schrijven, lukt een roman meestal ook wel.’ FOTO BERT NIENHUIS
Literatuur, biologie, muziek. Tel daar nog eens zijn fenomenale bijbelkennis bij op en - zijn boek Tuinieren op de zware zeeklei in herinnering roepend - zijn verstand van alles wat met poten en planten van doen heeft. Je vraagt je onwillekeurig af hoe het allemaal past in het hoofd van Maarten ’t Hart. Hij kletst met vlakke hand op zijn kale schedel om duidelijk te maken dat hij er zelf ook niks van snapt.
„Vroeger vond ik het vanzelfsprekend dat ik alles onthield, nu verbaast het me. Ik heb maar een kleine hoeveelheid hersenmassa. Wat daar niet allemaal in zit?.“
Zijn pas verschenen boek over Mozart en andere componisten zit boordevol feiten. Hij strooit met KV-nummers van Mozart-composities als een boer met zaaigoed. „Ik onthou het vanzelf. Ik hoef er niets voor te doen.“ Om vervolgens nog maar eens te benadrukken dat hij er ook met zijn hoofd niet bij kan hoe hem dat lukt.
„Er zijn musici die op de piano van alles uit het hoofd kunnen spelen. Duizenden noten hebben ze paraat. Daar ben ik dan weer jaloers op. Ik kan bijna niks uit het hoofd spelen. Dat is blijkbaar weer een apart soort gave.“
We praten in de woonkamer van zijn villa in Warmond, een voormalig opleidingscentrum voor biologisch-dynamische landbouw. Hij heeft er zelf nog als student op kamers gezeten. Na succesromans als Een vlucht regenwulpen bleek hij het zich te kunnen permitteren, toen het te koop kwam. Er staan twee vleugels en lange rijen cd’s. Een ouderwetse platenspeler heeft hij ook nog. Boven, zegt hij, staan zijn langspeelplaten.
„Platen klinken vaak beter. De cd heeft een kil geluid, waarschijnlijk doordat je minder boventonen hoort. Het gebruiksgemak van de cd is duizendmaal groter. Je zit niet met die verdomde naalden die stoffig worden. Maar platen zijn mooier omdat de geschiedenis van je liefde voor de muziek erin kruipt, tot ze helemaal zijn grijsgedraaid.“
Hij heeft zich in zijn romans altijd afgezet tegen zijn gereformeerde afkomst. Nog steeds. „Over God en zijn zoon wil ik alleen horen als het zo onverstaanbaar mogelijk op muziek is gezet?.“, schrijft hij in zijn roman Het woeden der gehele wereld, waarvan de verfilming deze week in première ging. Hij geeft wel toe dat hij zijn muzikale belangstelling te danken heeft aan zijn jeugd in Maassluis. „Muziek is in zekere zin voor het geloof in de plaats gekomen. Het komt voort uit eenzelfde gevoel van verering. Zoals ik vroeger tegen de Heilige Drieëenheid - God, Jezus en de Heilige Geest - opzag, zo zie ik nu op tegen Mozart, Bach en Schubert.“
De eerste muziek die hij hoorde, hoorde hij in de kerk. Psalmgezang voornamelijk. „Bij mij thuis was klassieke muziek aards, zondig. Orgel kon wel. Maar Bach was eigenlijk al niet goed, want hij eindigde zijn Matthäus Passion met Wir setzen uns in Tränen nieder, terwijl dat van de gereformeerden juichend moest, want de Heer was waarlijk opgestaan. Mozart bestond eenvoudig niet. Hij werd gezien als een perfide katholiek. Mijn oom, een vrijgemaakt christelijk gereformeerde dominee in Steenwijk, zette de radio uit als het Ave Verum klonk, omdat het paaps was.“
Hij speelt zelf kerkorgel. „Tijdens kerkdiensten in de hervormde kerk van Warmond, bij bruiloften en begrafenissen. Als de vaste kerkorganisten niet beschikbaar zijn, vragen ze mij om in te vallen. Ik doe het graag. In de katholieke kerk mag ik niet, omdat ik onaardig heb geschreven over katholieken vermoed ik.“
Veel Bach speelt hij dan. Jammer dat Mozart nooit voor orgel heeft gecomponeerd. Oude weerzin tegen het geloof steekt zelden nog de kop op als hij achter het kerkorgel zit. „Ach, de dominees van tegenwoordig zijn zo verlicht?.“
Muziek wordt beschouwd als de hoogste kunst en daar is hij het van harte mee eens. „Het is de moeilijkste kunst, daarom zijn er zo weinig componisten. Van schilders heb je er heel veel, maar met componisten ben je er al doorheen als je de twintig grootsten noemt. Ook literatuur is veel eenvoudiger dan muziek. Als je een brief kunt schrijven, lukt een roman meestal ook wel. Maar wat veel belangrijker is: als je er gevoelig voor bent, raakt muziek je dieper dan welke andere kunst dan ook.“
Muziek, schrijft hij in zijn Mozart-boek, maakt weerloos, stroopt de huid als het ware af.
Muziek, legt de interviewer hem voor, confronteert je met jezelf als luisteraar, terwijl bij andere kunst juist het gedachtegoed van de maker voorop staat. „Dat is inderdaad bij muziek niet het geval. Het maakt emoties en gevoelens los en als het echt heel erg aangrijpend is, dan is er kippenvel op de rug en komen er tranen in de ogen. Muziek brengt je in vervoering, terwijl je niet weet waar het over gaat. Er wordt een basisemotie aangesproken. Greep heb je er niet op. Je wordt hoe dan ook ontroerd.“
„Veel mensen willen graag ontroerd worden. Kijk maar naar de populariteit van een tv-programma als Spoorloos. Dat is natuurlijk vals sentiment en heeft te maken met wat in de biologie ‘sympathische inductie’ heet. Als je ziet huilen, is het moeilijk zelf je tranen te onderdrukken. Maar bij muziek gaat dat niet op. Je ziet in een concertzaal iemand hard werken achter een instrument. Een musicus mag helemaal niet ontroerd raken, want dan kan hij niet meer goed spelen.“
In zijn boek beschrijft hij zijn eigen emotie bij het luisteren naar muziek als ‘wankelmoedige weemoedigheid'. „Dat is een heel fragiel, vluchtig en ongrijpbaar soort weemoedigheid. Eigenlijk is alle goede muziek vrij somber. Vrolijkheid is heel moeilijk te verklanken zodanig dat het nog aanvaardbaar is. Het wordt al gauw vals geschetter, goedkoop sentiment. Haydn kon het. Mozart soms. De finale van zijn 34e symfonie is een en al vrolijkheid. Maar op zijn beste momenten is ook Mozart somber.“
Het boek Mozart en de anderen is al een tijdje uit in Duitsland, een land waar ’t Hart als auteur de laatste jaren veel succes zegt te hebben. Zijn populariteit in ons land is gedaald, hetgeen hij mede toeschrijft aan zijn bevlieging zich in vrouwenkledij te hullen. Dat was een volgens eigen zeggen uit de hand gelopen provocatie, een gimmick die hij snel heeft kunnen afzweren. „Goddank hoor ik er nu niks meer over.“
Uit Duitsland, vertelt hij, heeft hij een paar boze brieven gekregen omdat hij zich in zijn Mozart-boek laatdunkend over popmuziek heeft uitgelaten. ‘Daverdreun’ heet veelzeggend het hoofdstuk dat daarover gaat.
„Ik weet eigenlijk weinig van pop, maar ik denk dat die muziek nog in de primitieve fase zit. Zoals je in de biologie hoog ontwikkelde en minder ontwikkelde diersoorten hebt, zo is de klassieke muziek op een eindpunt gekomen, terwijl de popmuziek nog maar aan het begin zit. Wat nu gecomponeerd wordt door klassieke componisten is meestal niet om aan te horen, zo moeilijk en ontoegankelijk als het is. Bij popmuziek gaat het om eenvoudige liedjes, simpele harmonieën. Misschien kan het nog wat worden.“
Maarten ‘t Hart: ‘Mozart en de anderen’. Uitgave: Arbeiderspers. Met cd. Prijs: 17,95 euro.
Bron: BN DeStem door Peter van Vlerken





