Het Concertgebouw, de oude lampen en de akoestiek
Spelen lampen, een fris laagje nieuwe verf of andere stoelen een rol met betrekking tot de akoestiek van het Concertgebouw? Die vraag werd gesteld in de discussiegroep nl.muziek.klassiek. Niels Le Large, webmaster van De Symfonische muziekpagina's en voormalig slagwerker van het Concertgebouworkest schrijft:
Elke ingreep, hoe klein ook, beïnvloedt de akoestiek van een concertzaal. Een frisse verflaag, andere stoelen, toegevoegde ornamenten, nieuwe gordijnen, elke fysieke verandering draagt bij aan een nieuwe "formant" en het Concertgebouw maakt daarop geen uitzondering. Wat telt is of zo'n alteratie hoorbaar schadelijk is en daarover wordt al sinds 1888 getwist.
Wat die oude lampen betreft, toen die er nog hingen was er ook nog de Blauwe Zaal. Een tribuneachtige ruimte achter het middenbalkon die thans is afgesloten. Zo'n vormverandering van een open holte naar een gesloten achterwand lijkt mij van een geheel andere orde dan een paar fluwelen lampenkappen. Toch staat mij niet bij, dat de zaal toen wezenlijk anders klonk. Of neem de recentelijk verdubbelde hoogte van de orgelspeeltafel. Die ombouw was weliswaar in overeenstemming met het oorspronkelijke ontwerp, maar onze paukenisten en slagwerkers zijn er niet blij mee.
Zij krijgen sindsdien van hun akoestische achtergrond een "kets" terug en moeten daar de rest van hun orkestrale bestaan mee leven. Verder, wat weinigen zich realiseren is dat met de renovatie van 1988 onder het podium een geheel anders gevormde klankbodem is ontstaan en waar vroeger onder de Grote Zaal slechts een kruipruimte was, ligt nu een grote betonnen doos als opslagruimte voor instrumenten en zaalstoelen. Is dat iemand opgevallen?
Er is meer. Naast bovengenoemde constanten zijn er variabelen die een directe invloed uitoefenen op de "klank" van een concertzaal. Zo bestaat er een verschil in nagalm-absorptie tussen publiek in zomer- en winterkleding, terwijl ook een vochtige concertzaal anders reageert dan een droge. Vraag het de arme harpiste. Lang voordat de eerste concertbezoeker de zaal betreedt is zij al met de digitale stemvork in de weer om de snaren in het gareel te krijgen, om vervolgens bij het openen van de zaaldeuren het gehele snarenstelsel door de stijgende vochtigheidsgraad onder haar handen te horen "weglopen". Let maar op, bij natte weersomstandigheden stemt het orkest vaker tussentijds dan anders. En dan hebben wij het nog niet eens over het enorme klankverschil tussen een volle of slecht gevulde Grote Zaal. Kortom, dat de verwijdering van de "lovely old lamps" een verslechterende invloed zou hebben gehad op de akoestiek van het Concertgebouw, komt mij gezocht voor.
Bovendien maakte het Concertgebouworkest zijn geluidsopnamen niet op het podium maar in het midden van de zaal. Daarbij hingen van de balkonranden dikke gordijnen om de "lege" nagalm te beperken en zaten de verschillende instrumentale groepen tussen gecapitonneerde geluidsschermen omdat richtmicrofoons in die tijd nog onbekend waren. Alsof een beetje lampenpluche onder die omstandigheden nog relevant zou zijn...
Een ding moet ik toegeven, die oude lampen verspreidden een mooi diffuus licht. Poëtischer dan het verticaal gebundelde lichtgeweld van thans, dat de gezichten van de musici in een slagschaduw plaatst. Maar ja, de oude houten lessenaars vond ik ook beter ogen dan de huidige, maar ze wiebelden en voor de orkestbodes was het geen doen meer. Ik bedoel maar, nostalgie is niet zelden geschiedvervalsing.





