Geen Luchtpomp maar Toonkunst
Het oudste koor van Winterswijk, Toonkunst, bestaat 125 jaar. Ter ere van dit jubileum is een boek uitgegeven dat rond 1 december zal verschijnen. Via info@toonkunst.com is het boek met een beperkte oplage, verkrijgbaar voor 16,95 euro.
gelezen in De Twentsche Courant Tubantia:
Het oudste koor van Winterswijk staat al tientallen jaren bekend als het Toonkunstkoor. Dat had ook anders kunnen zijn, zo blijkt uit een nieuw boek over het zanggezelschap. Het koor is namelijk in 1866 opgericht als de zangvereniging Caecilia. Die naam werd gekozen na een wedstrijd. Caecilia won, vóór inzendingen als Catalance, Lotje, Lachlust en Luchtpomp.
WINTERSWIJK
De naam Toonkunst is gegroeid omdat de zangvereniging Caecilia zich in 1879 aansloot bij de landelijk werkende Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst. De achtergrond van de diverse namen wordt uitgelegd in een boek over de geschiedenis van het koor, dat nog dit jaar verschijnt.
‘De zangvereniging Caecilia wordt in 1866 opgericht door onder andere textielfabrikant Jan Willink van de Batavier’, vertelt Jos Pierik, één van de samenstellers van het jubileumboek. Dat 125-jarige jubileum (gerekend vanaf de aansluiting bij de landelijke Maatschappij) is vorig jaar gevierd met de opvoering van de ‘Mattheus Passion’ in Groenlo.
Onder de oprichters zaten ook bekende namen als Roelvink en Ten Houten. Die geven aan dat Caecilia in de negentiende eeuw een koor van notabelen was uit Winterswijk en omgeving. Dat is nu niet meer zo, maar het is nu wel het oudste koor van Winterswijk. Albert Bijker, ook betrokken bij het jubileumboek: ‘Niet alleen het oudste, waarschijnlijk ook het grootste.’
Toonkunst is nu een oratoriumvereniging. Eén of twee keer per jaar wordt er opgetreden met een groot muziekstuk. ‘Missen, requiems en oratoria, de verhalende muziekwerken. We zingen ook kleinere stukken, maar die worden wel steeds groter’, zegt Bijker.
Dat is niet altijd zo geweest. In het boek wordt bijvoorbeeld beschreven wat er vroeger op het programma stond. Jos Pierik: ‘In het begin zongen ze vooral losse stukken, bijvoorbeeld liederen van Schubert.’ Er worden in het boek ook stukken vermeld van componisten die de muziekliefhebbers van nu niets zeggen. De in Nederland zo geliefde ‘Mattheus Passion’ werd toen ook nog niet gezongen. Bijker: ‘Dat is in Nederland een traditie, in Duitsland niet. Over de grens kennen ze het stuk amper. Het muziekstuk is door Bach geschreven in 1729, maar er werd een eeuw lang niets mee gedaan. In 1829 haalde Mendelssohn het van zolder en in 1929 werd het voor het eerst in Nederland gespeeld.’ Het huidige Toonkunstkoor wil de ‘Mattheus’ elke twee jaar opvoeren. Vaker niet, omdat het financieel en organisatorisch een zware belasting voor de vereniging is.
Toonkunst telt 93 zingende mannen en vrouwen, maar in het passiespel wordt dat aangevuld met een orkest, een jongenskoor en solisten. Pierik: ‘Voor ons is dat een huzarenstuk, maar wel eentje waar we een traditie van willen maken.’
Dertig jaar geleden was dat niet gelukt, blijkt uit het historische overzicht. Toonkunst was bijna opgeheven, want het koor telde krap veertig leden. Onder dirigent Lex van Drongelen kreeg de Toonkunst-zang een nieuwe impuls. Voor optredens is nu ruwweg de beschikking over vijftien tenoren, vijftien bassen, dertig alten en dertig sopranen.
Het boek over de geschiedenis van Toonkunst verschijnt rond 1 december, maar is niet in de plaatselijke boekhandel te koop. Belangstellenden kunnen het voor 16,95 euro bij één van de koorleden bestellen. Dat kan ook via Albert Bijker, tel. 0543 - 51 82 50 of via info@toonkunst.com.





