Elk nummer is raak bij de White Stripes
Hun single Doorbell staat in de toptien, hun albums lopen als een trein en de Heineken Music Hall was razensnel uitverkocht voor het concert van de White Stripes van afgelopen maandag.
Het kunstzinnige, alternatieve duo Jack en Meg White uit Detroit - officieel broer en zus, maar dat verhaal gelooft eigenlijk niemand meer - zijn in de loop der jaren uitgegroeid tot een onverwachte mega-act. En dat terwijl de toch weinig commerciële missie van het tweetal al vijf albums hetzelfde is: blues, rock 'n roll en country terugbrengen tot hun rauwe essentie.
Daarvoor zijn twee muzikanten kennelijk meer dan genoeg. Hij als echte gitaarvirtuoos, zij amateuristisch rammelend op haar drumstel, en dat alles in een decor waarin alles uitsluitend rood, wit en zwart is: de kleding, de instrumenten, de verlichting. De roadies zijn in zwarte pakken gestoken en zelfs de kisten waar versterkers na afloop in worden opgeborgen zijn rood.
Voor een duo dat het muzikaal graag eenvoudig wil houden, hebben de White Stripes overigens wel een indrukwekkend instrumentarium naar de Music Hall meegenomen. Zo zijn er onder meer twee pauken, een piano, een orgel en een marimba (een soort grote xylofoon) op het podium opgesteld. Die blijven lange tijd vrijwel onaangeroerd, want Jack en Meg kiezen in het begin vooral voor de harde nummers met een zwaar verstoorde gitaar en simpel gebeuk op de drums. Opener Black Math knalt er keihard in, net als Dead leaves and the dirty ground en Blue Orchid. Pas met het funky pianonummer Doorbell komt er halverwege het eerste deel ook wat lucht in het overdonderend begonnen concert.
Echt gas terugnemen doen de Stripes pas in de tweede helft, als Meg over een simpel gitaarloopje haar In the cold, cold night mag zingen en Jack vanachter de piano de nogal dik aangezette ballad I'm lonely (but I ain't that lonely yet) ten gehore brengt. Die variatie maakt het toch al goede optreden nog beter; elk nummer van de White Stripes is raak en wordt met veel passie gespeeld - alleen Seven nation army, uitgerekend de grootste hit, wordt met weinig inspiratie afgeraffeld. Verder zijn er vooral hoogtepunten, met het massaal meegezongen I just don't know what to do with myself als één van de uitschieters.
Verrassend kun je het optreden van de White Stripes niet noemen; door de beperkte formule lijken al hun concerten wel heel erg op elkaar, alleen het aantal gebruikte instrumenten is met de jaren wat toegenomen. De dynamiek tussen de gedreven Jack en de aandoenlijke Meg is echter heerlijk om naar te kijken en de muziek maakt in al zijn eenvoud nog altijd veel indruk. De missie blijft ook in de Music Hall weer fier overeind.
Bron: Spits





